keil
Wat is de betekenis van keil?
keil betekent: (techniek) stevig voorwerp met een rand waar twee vlakken elkaar onder een scherpe hoek raken; kan worden gebruikt om iets vast te klemmen, het wegrollen van een wiel te verhinderen of materiaal op een breuklijn verder te splijten
Betekenis
- (techniek) stevig voorwerp met een rand waar twee vlakken elkaar onder een scherpe hoek raken; kan worden gebruikt om iets vast te klemmen, het wegrollen van een wiel te verhinderen of materiaal op een breuklijn verder te splijten
- (sport), (verouderd) oude benaming voor de kegel van de kegel- en bowlingbaan
- plat (kiezel-) steentje
- (verouderd) portie alcoholische drank
- dronken
Voorbeelden van "keil" in een zin
- Als je de smalle kant van de keil in de spleet duwt, kun je met een harde slag op de stompe kant het hout splijten.
- Een wig wordt ook wel een keg genoemd of keil en kan van verschillende materialen worden gemaakt.
- De keil moet laag over het water scheren, hij zal dan enkele keren uit het water springen.
- Toch vond ik jenever niet lekker, een kop koffie lustte ik net zoo lief. Maar je kon er niet afblijven; soms dacht je: kom ik eet wat! maar inplaats van een stuk kaas nam je toch een keiltje.
Betekenis en uitleg van keil
Een keil is een scherp stuk gereedschap dat vaak gebruikt wordt bij het bewerken van hout of steen. Het heeft een smalle, puntige vorm waardoor het ideaal is voor het splijten of snijden van materialen.
Je gebruikt een keil meestal in de bouw of tijdens klussen in huis, wanneer je nauwkeurig moet werken en materialen wilt splitsen. Het woord kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld om aan te geven dat iemand ergens een duidelijke scheiding in maakt of een probleem oplost. Het is een praktisch woord dat zowel in de vaktaal van ambachtslieden als in het dagelijks leven voorkomt.
Voorbeelden
- Met een keil slaat hij de planken gemakkelijk uit elkaar.
- De timmerman gebruikte een keil om de dikke balken te splitsen voor de nieuwe schuur.
- In zijn presentatie maakte hij een keil tussen de feiten en de geruchten over het project.
Woordoorsprong
Het woord 'keil' is afgeleid van het Oudgermaanse woord dat 'splijten' betekent, wat de functie van het gereedschap goed weergeeft.
Veelgestelde vragen over keil
Wat is de betekenis van keil?
keil betekent: (techniek) stevig voorwerp met een rand waar twee vlakken elkaar onder een scherpe hoek raken; kan worden gebruikt om iets vast te klemmen, het wegrollen van een wiel te verhinderen of materiaal op een breuklijn verder te splijten
Hoeveel betekenissen heeft keil?
keil heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft keil?
keil is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je keil in een zin?
Voorbeeld: “Als je de smalle kant van de keil in de spleet duwt, kun je met een harde slag op de stompe kant het hout splijten.”
Etymologie
* [4], : via Bargoens en "כּלי" (keile) van (kli) (ondermeer) "fles", "glas"