keuter
mannelijk (de)ˈkøtər
Wat is de betekenis van keuter?
keuter betekent: kleine boer
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kleine boer
- klein kind
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van keuteren
- gebiedende wijs van keuteren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van keuteren
Voorbeelden van "keuter" in een zin
- Ik keuter.
- Keuter!
- Keuter je?
Etymologie
In de betekenis van ‘kleine boer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1420
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek