keuter

mannelijk (de)ˈkøtər

Wat is de betekenis van keuter?

keuter betekent: kleine boer

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleine boer
  2. klein kind
werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van keuteren
  2. gebiedende wijs van keuteren
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van keuteren

Voorbeelden van "keuter" in een zin

  • Ik keuter.
  • Keuter!
  • Keuter je?

Etymologie

In de betekenis van ‘kleine boer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1420