Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
kijkerd
mannelijk (de)/ˈkɛikɛrt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informeel) oog, in de betekenis van (lichaamsdeel voor) visuele waarnemingHij zette zich een paar meter onder het vrouwtje, en opeens stonden we onder twee sperwers. De gebandeerde staart van het mannetje stak opzichtig uit. Bewonderend hielden we nu eens de een, dan weer de ander in de kijkerd zonder dat het de vogels leek te deren, en na een paar minuten praatten we alweer op normale toon.
Etymologie
*afgeleid van "kijk"
Uitdrukkingen
- in de kijkerd
- in de kijkerd lopen
- in de kijkerd zijn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek