kilheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het koud of koel zijn van iets qua temperatuur
- het onvriendelijk zijn van iets of iemand'Maar uit de archieven kwam wel een algemene sfeer naar boven van kilheid in de omgang tussen zusters en meisjes en tussen de zusters onderling', zei Deetman maandag. Tubantia 11-03-13, [https://www.tubantia.nl/binnenland/zuster-dwong-meisje-naakt-piano-te-spelen~a499a86a/ 'Zuster dwong meisje naakt piano te spelen']Tegenover de kilheid van deze om tonnen en zelfs miljoenen draaiende veiling, was aan de andere kant van die landweg een idyllisch plaatje te zien. Van een viertal paarden, duidelijk op pensioengerechtigde leeftijd. Vredig grazend tegen de achtergrond van een bosrand. Genietend van hun welverdiende oude dag na een roemruchte loopbaan die hen op de grootste wedstrijden van de wereld bracht, waar ze voor het baasje op hun rug en de grote baas in Gorssel van de ene (geld)prijs naar de andere sprongen. Tubantia René Banierink 06-01-15 [https://www.tubantia.nl/overig/blog-het-trieste-lot-van-de-oude-toppaarden-of-niet~a04209ff/ Blog: Het trieste lot van de oude toppaarden (of niet?)]
Etymologie
* afleiding van kil
Vertalingen
Engelscoldness, chilliness
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek