kinnebak

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkɪnəˌbɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderkaak en wang
    „Godallemachtig wat een kinnebak heeft zij. Ik zie gelijkenis met dat beest in de modder op de kinderboerderij.”NRC Lineke Nieber 27 mei 2016
    Kom niet aan de traditionele recepten van de Italianen. Goed, er is ergens een auteur die een beetje slagroom in de carbonara gebruikt; dat is al idioot. Over de toevoeging van knoflook worden hele polemieken gevoerd, maar de rest van de ingrediënten is simpel: kinnebak (wangspek), ei, Parmezaanse kaas of pecorino, peper, spaghetti of rigatoni. De guanciale (kinnebak) wordt vaak vervangen door pancetta (buikspek).Volkskrant Onno Kleyn 20 april 2016
  2. voeding (voeding) vlees van het dijbeen van een varken

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "kinnebacke" van Oudnederlands "kinnibakko", in de betekenis van ‘onderkaak’ voor het eerst aangetroffen in 901, op te vatten als

Vertalingen

Engelslower jaw