kis
onzijdig (het)
Wat is de betekenis van kis?
kis betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kissen
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kissen
- gebiedende wijs van kissen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kissen
eigennaam
- taal die in Papoea-Nieuw-Guinea gesproken wordt
Voorbeelden van "kis" in een zin
- Ik kis.
- Kis!
- Kis je?
- Hoe goed beheerst u het Kis?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek