kis

onzijdig (het)

Wat is de betekenis van kis?

kis betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kissen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kissen
  2. gebiedende wijs van kissen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kissen
eigennaam
  1. taal_in_het_nederlands taal die in Papoea-Nieuw-Guinea gesproken wordt

Voorbeelden van "kis" in een zin

  • Ik kis.
  • Kis!
  • Kis je?
  • Hoe goed beheerst u het Kis?