klagen
/ˈklaɣə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) ongenoegen uitenZolang je goed te eten hebt, heb je niet te klagen.Ik begreep voor het eerst echt wat bedoeld werd met ‘op eigen benen staan’. Hierdoor viel er wel minder te klagen.In de huisjes aan de rivieroever werd zoals je had kunnen verwachten geklaagd over het voortdurende lawaai.
Etymologie
* (erfwoord) via het Oudnederlandse klagon te herleiden tot het Proto-Germaanse *klagōn-, wat weer is afgeleid van *klagō-. Verdere herkomst onduidelijk.
Uitdrukkingen
- Niks te klagen hebben — Positief gestemd of tevreden zijn
- Steen en been klagen — Heel erg (en meestal overdreven) klagen
Vertalingen
Engelscomplain
Fransplaindre
Duitsklagen
Spaansquejarse, lamentarse
Deensklage
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek