klaploper

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die profiteert van andermans goedheid
    Het was absoluut mijn beurt om Lena ergens voor uit te nodigen, het liefst de bioscoop, anders zou ik een soort klaploper bij haar thuis worden.

Etymologie

*afgeleid van klaplopen

Vertalingen

Engelsscrounger, freeloader, mooch
Franspique-assiette
DuitsSchmarotzer
Spaansgorrón, parásito