klavier

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informatica, muziek (informatica), (muziek) toetsenbord (van bijv. een computer of muziekinstrument)
    Hij was het klavier kwijt dus kon hij de computer niet gebruiken.
  2. muziek (muziek) een reeks van knoppen die voor verschillende toonhoogten zorgen
    De organist was driftig op het klavier aan het slaan.
  3. muziek (muziek) piano
  4. muziek (muziek) keyboard
  5. techniek (techniek) pal of plaatje als onderdeel van een klavierslot dat ervoor moet zorgen dat de goede sleutel in dat slot past
  6. techniek (techniek) onderdeel van een zethaak
  7. bladwijzer
  8. informeel (informeel) hand
  9. informeel (informeel) gebit

Etymologie

*Van het Middelnederlandse clavier, verder te herleiden tot het Oudfranse clavier en het Latijnse clavis (sleutel, toets) . In de betekenis van ‘toetsenbord’ voor het eerst aangetroffen in 1567.