Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
kleine breedbandhuismoeder
vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (vlinders) een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen. De voorvleugellengte bedraagt tussen de 16 en 20 millimeter. De vlinders zijn soms overdag actief. De imago lijkt sterk op de open-breedbandhuismoeder (N. janthe), en is vooral aan de achtervleugels en de onderkant van de voorvleugels te herkennen. Sommige auteurs beschouwen de twee soorten echter als een. De soort komt voor in Europa. Hij overwintert als rups
Etymologie
*(coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek