kleingelovigheid

vrouwelijk (de)

Wat is de betekenis van kleingelovigheid?

kleingelovigheid betekent: het maar een zwak geloof hebben; weinig vertrouwen hebben in iets of iemand

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het maar een zwak geloof hebben; weinig vertrouwen hebben in iets of iemand

Voorbeelden van "kleingelovigheid" in een zin

  • Hij gaat dus met al die schurken afrekenen. En jij zei dat de Fransoos.. Hij zal wel eens laten zien hoe het moet, zeiden de mensen, alsof ze elkaar hun kleingelovigheid verweten.

Etymologie

*afleiding van kleingelovig

Vertalingen

Engelslack of faith, little faith