kleingelovigheid
vrouwelijk (de)
Wat is de betekenis van kleingelovigheid?
kleingelovigheid betekent: het maar een zwak geloof hebben; weinig vertrouwen hebben in iets of iemand
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het maar een zwak geloof hebben; weinig vertrouwen hebben in iets of iemand
Voorbeelden van "kleingelovigheid" in een zin
- Hij gaat dus met al die schurken afrekenen. En jij zei dat de Fransoos.. Hij zal wel eens laten zien hoe het moet, zeiden de mensen, alsof ze elkaar hun kleingelovigheid verweten.
Etymologie
*afleiding van kleingelovig
Vertalingen
Engelslack of faith, little faith
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek