kleinschaligheid
vrouwelijk (de)/klɛinˈsxaləxˌhɛit/
Wat is de betekenis van kleinschaligheid?
kleinschaligheid betekent: werkwijze of structuur waarin hoeveelheden of aantallen beperkt zijn, zodat mensen die nog eenvoudig kunnen overzien
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- werkwijze of structuur waarin hoeveelheden of aantallen beperkt zijn, zodat mensen die nog eenvoudig kunnen overzien
- (van plattegronden en kaarten) met een sterk verkleinde weergave
Voorbeelden van "kleinschaligheid" in een zin
- De kleinschaligheid van deze sector is niet erg efficiënt.
- Op de historische kaart uit 1696 staat in het plangebied geen bebouwing aangegeven (…). Waarschijnlijk heeft dit te maken met de kleinschaligheid van de kaart en het doel van ervan.
Etymologie
*afgeleid van kleinschalig
Vertalingen
DuitsÜbersichtlichkeit
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek