klerelijer

mannelijk (de)/ˈklerəˌlɛijər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief (pejoratief) vervelend, hinderlijk persoon aan wie je een hekel hebt
    Die klerelijers van de politie hebben mij alweer een boete gegeven.

Etymologie

*samenstelling van klere = kolere = cholera en lijder