klokkenluider
mannelijk (de)/ˈklɔkə(n)ˌlœydər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die de klok luidt (van een kerk)
- werknemer die misstanden in zijn bedrijf of organisatie naar buiten brengtklokkenluiders worden bij voorkeur meteen ontslagen [http://nl.wikipedia.org/wiki/Volgermeerpolder wikipedia.nl]Strafexpedities tegen klokkenluiders bij het ministerie van Veiligheid en Justitie [http://www.nu.nl/politiek/4208446/strafexpedities-klokkenluiders-ministerie-van-veiligheid-en-justitie.html www.nu.nl]
Etymologie
* In de betekenis van ‘personeelslid dat misstanden binnen de organisatie openbaar maakt’ voor het eerst aangetroffen in 1987
Vertalingen
Engelswhistleblower
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek