klophengst
mannelijk (de)/ˈklɔphɛŋst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (paardrijden) mannelijk paard waarbij één of beide teelballen in de buikholte is blijven zitten en dus niet is afgedaald in de balzak of dat onvruchtbaar is gemaakt
Etymologie
*leeenvertaling van "Klopphengst", , in de betekenis van ‘ruin’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1682
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek