klop

mannelijk (de)/klɔp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoorbare slag
    Olive hoorde een zachte klop op de zolderdeur en ze ging rechtop zitten.
  2. nederlaag of pak slaag
tussenwerpsel
  1. het geluid dat ontstaat door met een vingergewricht tegen een hard oppervlak te tikken

Etymologie

*(klanknabootsing)

Vertalingen

Engelsknock