kloppen
/ˈklɔpə(n)/
Wat is de betekenis van kloppen?
kloppen betekent: (inerg) hoorbaar tegen of op iets slaan
Betekenis
werkwoord
- (inerg) hoorbaar tegen of op iets slaan
- (inerg) voel- of hoorbaar bewegen
- (absol) in orde zijn, correct zijn
- (ov) door slaan in een bepaalde toestand brengen
- (ov) verslaan in een wedstrijd
Voorbeelden van "kloppen" in een zin
- Daar wordt op de deur geklopt.
- Zijn hart klopt.
- ‘Er staat bijvoorbeeld dat we failliet gaan’, zegt Atasoy. ‘Dat is aantoonbaar onjuist. We hebben de rechter ook laten zien dat het niet klopt. Dan moet dat toch uit het rapport geschrapt worden?’
- "We weten uit onderzoek dat als mensen een bekende persoon iets horen zeggen wat ze totaal niet van hem of haar verwachten, dat mensen daardoor makkelijker deepfakes herkennen. Ze denken: dit kan niet kloppen."
- Slagroom kloppen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘hoorbaar op iets slaan’ voor het eerst aangetroffen in 1276
Vertalingen
Engelsknock, beat, add up
Fransfrapper, battre, palpiter
Duitsklopfen, klopfen, stimmen
Spaansllamar, latir, palpitar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek