kluister

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. keten bedoeld voor het boeien van de voeten
    De woedende man bleef zelfs met handboeien nog onhandelbaar zodat de kluisters voor de dag gehaald werden.

Etymologie

* Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘boei’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477