kluister
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- keten bedoeld voor het boeien van de voetenDe woedende man bleef zelfs met handboeien nog onhandelbaar zodat de kluisters voor de dag gehaald werden.
Etymologie
* Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘boei’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek