kluitje

/ˈklœycə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand met een kluitje in het riet sturen = Iemand wegsturen zonder echte hulp of een echt antwoord te geven = afschepen.
  2. zij wonen op een kluitje = zij wonen (te) dicht bij elkaar.

Uitdrukkingen

  • Iemand met een kluitje in het riet stureneen antwoord krijgen waar men niets aan heeft ('een mooi praatje') [https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_1212.phpv1192 Stoett-1192]