kneuzing
vrouwelijk (de)/ˈknøzɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) een onderhuidse beschadiging van het zachte weefsel, veelal veroorzaakt door een bot voorwerp of een valHij kwam er met een kneuzing vanaf; er was niets gebroken.
Etymologie
* van kneuzen
Vertalingen
Engelscontusion
Franscontusion
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek