knoedel

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een bal of balletje gemaakt van pastadeeg, aardappeldeeg, brooddeeg of een ander deeg en vaak een mengvorm van de hiervoor genoemde deegsoorten, of van oud brood
    Ik heb mij laten vertellen dat ik niet over de Poolse keuken kan schrijven zonder pierogi te noemen. De knoedels van deeg met vulling van vlees of kaas behoren tot het Poolse cultureel erfgoed. Vandaag maken we een knapperige variant gevuld met varkensvlees en pijnboompitten, en daarom gebruiken we een deeg dat iets afwijkt van het traditionele Poolse recept.NRC Sam de Voogt 17 maart 2017
  2. kapsel waarbij het lange haar in een knot gedraaid wordt
    'Ik wilde iets maken dat elegant was, maar ook rock 'n roll', verklaarde Leto's stylist, het meesterbrein achter de knot. 'Een look die uitstraalt: dit heb ik zelf gedaan.' In werkelijkheid kookte hij eerst water met zeezout en bottelde dat in een flesje. Na anderhalve dag sprayde hij de substantie in Leto's haar, samen met iets wat Oribe shine spray heet. Het kapsel werd pas geïmplementeerd na zorgvuldige contemplatie over de coördinaten van de knoedel (hoog/laag) en de mate waarin er haar moest loshangen. NRC Volkskrant LOES REIJMER 26 februari 2014
  3. rommelig bolletje draden
    In totaal zit er in iedere cel voor een meter of twee aan DNA-moleculen, dus een beetje frommelen is wel nodig om dat allemaal in een celkern te proppen. Om een warrige knoedel vol knopen te vermijden zijn de kronkelingen van het DNA strak georganiseerd, al is over die organisatie nog veel onbekend. NRC Bruno van Wayenburg 15 september 2012

Etymologie

* In de betekenis van ‘meelballetje’ voor het eerst aangetroffen in 1778

Vertalingen

Engelsbun