knoestigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iets of iemand ruw en niet afgewerkt is
    En daarbij was de biefstuk inderdaad lang niet slecht. De frieten hadden de beloofde Vlaamse knoestigheid.

Etymologie

* afleiding van knoestig