knok
vrouwelijk (de)ˈknɔk
Wat is de betekenis van knok?
knok betekent: knook
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- knook
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knokken
- gebiedende wijs van knokken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knokken
Voorbeelden van "knok" in een zin
- Ik knok.
- Knok!
- Knok je?
Vertalingen
Engelsbone
Spaanshueso
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek