knok

vrouwelijk (de)ˈknɔk

Wat is de betekenis van knok?

knok betekent: knook

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. knook
werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knokken
  2. gebiedende wijs van knokken
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knokken

Voorbeelden van "knok" in een zin

  • Ik knok.
  • Knok!
  • Knok je?

Vertalingen

Engelsbone
Spaanshueso