knokkel
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) het gewricht dat de vingers met de hand verbindt, vooral zichtbaar als men de vingers buigt
Etymologie
* In de betekenis van ‘vingergewricht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477
Vertalingen
Engelsknuckle
Fransjointure du doigt
DuitsKnöchel, Fingerknöchel
Spaansnudillo, artejo
Italiaansnocca
Poolskłykieć
Zweedsknoge
Deenskno
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek