knokkel

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van knokkel?

knokkel betekent: (anatomie) het gewricht dat de vingers met de hand verbindt, vooral zichtbaar als men de vingers buigt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) het gewricht dat de vingers met de hand verbindt, vooral zichtbaar als men de vingers buigt

Betekenis en uitleg van knokkel

Een knokkel is een van de botten in je hand of voet, waar de gewrichten zich bevinden. Je kunt het zien als de knobbels op je vingers en tenen, die zorgen voor de beweeglijkheid van je ledematen.

Het woord 'knokkel' wordt vaak gebruikt in informele gesprekken, vooral als men het heeft over blessures of pijn in de handen. Bijvoorbeeld, bij een ongeluk kun je je knokkels stoten, wat behoorlijk pijnlijk kan zijn. Het kan ook in figuurlijke zin gebruikt worden, zoals in 'knokkelhard werken', wat betekent dat je je best doet om iets te bereiken.

Voorbeelden

  • Na het sporten voelde ik een scherpe pijn in mijn knokkels door het tillen van zware gewichten.
  • Ze had op haar knokkels geklopt om de aandacht van de mensen in de kamer te trekken.
  • Tijdens het vechten kreeg hij een flinke klap op zijn knokkel, wat hem even verdoofde.

Woordoorsprong

Het woord 'knokkel' komt van het Middelnederlandse 'knochel', wat ook 'knobbel' of 'knokkel' betekent. Dit verwijst naar de knobbels die we op onze vingers en tenen zien.

Veelgestelde vragen over knokkel

Wat is de betekenis van knokkel?

knokkel betekent: (anatomie) het gewricht dat de vingers met de hand verbindt, vooral zichtbaar als men de vingers buigt

Welk woordgeslacht heeft knokkel?

knokkel is een mannelijk (de).

Etymologie

* In de betekenis van ‘vingergewricht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477

Vertalingen

Engelsknuckle
Fransjointure du doigt
DuitsKnöchel, Fingerknöchel
Spaansnudillo, artejo
Italiaansnocca
Poolskłykieć
Zweedsknoge
Deenskno