knolselderij
mannelijk (de)/ˈknɔlsɛldəˌrɛi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten), (groente), (kruid) een variëteit van het kruid selderij die net boven de grond een knol vormt. Knolselderij vormt een knol met een diameter van zo'n 10 cm. De knollen voor industriële verwerking moeten groter zijn dan die voor verse consumptie. Hoewel knolselderij voor de knol wordt geteeld, kunnen de bladeren ook worden gegeten. Vaak wordt in het vroege voorjaar knolselderij met een toefje loof in de handel gebracht
Vertalingen
Engelsceleriac
Franscéleri-rave
DuitsKnollensellerie, Sellerie
Spaansapio-nabo
Italiaanssedano rapa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek