knoop

mannelijk (de)/knop/

Wat is de betekenis van knoop?

knoop betekent: (textielindustrie), (scheepvaart) een vastgetrokken lus in garen, draad, koord of touw om daarin een verdikking te maken, om einden ervan aan elkaar te bevestigen of ter bevestiging aan een ander voorwerp of weefsel

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. textielindustrie, scheepvaart (textielindustrie), (scheepvaart) een vastgetrokken lus in garen, draad, koord of touw om daarin een verdikking te maken, om einden ervan aan elkaar te bevestigen of ter bevestiging aan een ander voorwerp of weefsel
  2. scheepvaart, eenheid (scheepvaart), (eenheid) een snelheidsmaat die in de zeevaart gebruikt wordt
  3. textielindustrie, kleding (textielindustrie), (kleding) een meestal schijfvormig voorwerp met draden vastgezet op een kledingstuk ter afsluiting daarvan
  4. vloek

Voorbeelden van "knoop" in een zin

  • Aan beide einden van het springtouw zit een knoop zodat het niet zo gauw uit de hand zal schieten.
  • Een knoop is een zeemijl per uur, ongeveer 1,8 kilometer per uur.
  • De knoop was van zijn blouse gesprongen.
  • Hij legde er een knoop op.

Betekenis en uitleg van knoop

Een knoop is een verbinding die ontstaat door een touw, draad of een ander materiaal om zichzelf heen te draaien. Het wordt vaak gebruikt om dingen aan elkaar te bevestigen of om iets vast te zetten, zoals bij het strikken van schoenen of het vastmaken van een pakket.

Het woord 'knoop' komt vaak voor in verschillende contexten, van ambachten tot zeilen en zelfs in de spreektaal. Je kunt bijvoorbeeld een knoop maken als je twee stukken touw aan elkaar wilt bevestigen, of je kunt het gebruiken in de zin van 'de knoop is doorgehakt' als een beslissing is genomen. Het heeft ook een symbolische betekenis, zoals in relaties waar men spreekt van een 'knoop in de maag' bij spanning of angst.

Voorbeelden

  • Met een stevige knoop zorgde ze ervoor dat de zeilen goed vastzaten.
  • Na lang twijfelen besloot hij de knoop door te hakken en zijn baan op te zeggen.
  • Ze maakte een knoop in haar sjaal om te voorkomen dat hij zou afglijden.

Woordoorsprong

Het woord 'knoop' stamt af van het Oudhoogduitse 'knot' en is verwant aan het Engelse 'knot', wat ook een soortgelijke betekenis heeft.

Veelgestelde vragen over knoop

Wat is de betekenis van knoop?

knoop betekent: (textielindustrie), (scheepvaart) een vastgetrokken lus in garen, draad, koord of touw om daarin een verdikking te maken, om einden ervan aan elkaar te bevestigen of ter bevestiging aan een ander voorwerp of weefsel

Hoeveel betekenissen heeft knoop?

knoop heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft knoop?

knoop is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je knoop in een zin?

Voorbeeld: “Aan beide einden van het springtouw zit een knoop zodat het niet zo gauw uit de hand zal schieten.

Etymologie

* In de betekenis van ‘ronde sluiting aan kleding’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265

Uitdrukkingen

  • knoop in je zakdoekals geheugensteuntje
  • de gordiaanse knoop doorhakkeneen probleem oplossen door een onverwachte maatregel
  • knopen doorhakkenbeslissingen nemen
  • de eindjes aan elkaar moeten knopenarm zijn
  • de knopen aan zijn jas tellenhij weet niet te kiezen, een aftelversje moet de beslissing brengen
  • in de knoop zitteneen onoplosbaar probleem hebben

Vertalingen

Engelsknot, knot, button
Fransnœud, nœud, bouton
DuitsKnoten, Knoten, Knopf
Spaansnudo, nudo, botón
Italiaansnodo, nodo, bottone
Portugeesnó, nó, botão
Russischузел, клубок, узел
Chinees釦子, 扣子
Japans結び目, ノット, ボタン
Arabischزر
Turksdüğüm, deniz mili, düğme
Poolswęzeł, guzik
Zweedsknop, knut, stek
Deensknude, knob