koekeloeren

/ˌkukəˈlurə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) aandachtig kijken of bespieden
    Ze zaten in een vogelhut te koekeloeren naar een groepje kanoetstrandlopers.
  2. gluren

Etymologie

* In de betekenis van ‘zonder bezigheid uitkijken’ voor het eerst aangetroffen in 1599

Vertalingen

Spaanscontemplar