koekeloeren
/ˌkukəˈlurə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) aandachtig kijken of bespiedenZe zaten in een vogelhut te koekeloeren naar een groepje kanoetstrandlopers.
- gluren
Etymologie
* In de betekenis van ‘zonder bezigheid uitkijken’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Vertalingen
Spaanscontemplar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek