koekepeer
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een onhandig persoonEn al missen we in het aanbod van morgenavond, bijna allemaal herhalingen, VPRO-klappers als Theo & Thea, De freules en Meneer de Koekepeer, er valt genoeg te genieten: van de korte film Tijger van André van Duren bijvoorbeeld, en van afleveringen van Midas Dekkers' dierenserie Pootjes ('wetenschappelijk en toch leuk') en de veel bejubelde dramaserie De man met de hoed. NRC Carolien Zilverberg 27 augustus 1994 [https://www.nrc.nl/nieuws/1994/08/27/kinderen-liggen-tijdens-jeugd-tv-gala-allang-op-een-7236526-a602619 Kinderen liggen tijdens Jeugd-TV Gala allang op één oor]Hij omschrijft zichzelf in die tijd als `het jongetje met het brilletje'. “`Bert van der Veer koekepeer, werd ik genoemd. NRC Japke-d. Bouma 19 oktober 1998 [https://www.nrc.nl/nieuws/1998/10/19/een-nescio-in-de-harde-omroepwereld-7419189-a257481 Een Nescio in de harde omroepwereld]Waarom zouden mensen niet 'jóden' mogen roepen, ook al slaat het nergens op? Kinderen roepen 'Meneer de Koekepeer, dat slaat ook nergens op. En stel dat er 'Bélgen, Bélgen' werd gebruld, zou dat dan ook zo in mijn kop boren? NRC Hans Aarsman 18 mei 1998 [https://www.nrc.nl/nieuws/1998/05/18/zapman-7399605-a674198 Zapman]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek