koeketel

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grote ton waarin men veevoeder kookt
    Het sop werd gekookt in een sopketel, ook wel koeketel genoemd, een moeilijk te vervoeren ketel van minstens 100 liter. De ketel werd met behulp van een schroefhaal in de schouw opgehangen aan het uiteinde van een draaier, een houten galg die het gewicht van de volle ketel kon dragen.