koekoeken
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (koekoeksvogels) een familie van vogels, behorende tot de koekoeksvogels (Cuculiformes). De familie telt 146 soorten
Etymologie
* "koekoek" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek