koeler
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een goed geisoleerde tas of bak waarin voorwerpen met ijs koel gehouden kunnen wordenVergeet niet de koeler mee te nemen, als we naar het strand gaan.
- (scheikunde) twee concentrische cilinders waarvan door de buitenste een koelvloeistof gevoerd wordt om de dampen in de binnenste te koelen en/of te doen condenserenMeestal wordt het tegenstroomprincipe toegepast en stromen de koelvloeistof en de dampen in een koeler in tegengestelde richting.
Etymologie
* van koelen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek