koelkast

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van koelkast?

koelkast betekent: (elektronica) (huishouden) een huishoudelijk apparaat voorzien van een koelinstallatie, waarin men consumptiemiddelen kan plaatsen die koel moeten blijven

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elektronica, huishouden (elektronica) (huishouden) een huishoudelijk apparaat voorzien van een koelinstallatie, waarin men consumptiemiddelen kan plaatsen die koel moeten blijven

Voorbeelden van "koelkast" in een zin

  • De meeste leveranciers kwamen aan huis: groenteman, slager en bakker. Dat was wel nodig, want een koelkast bezaten de meeste gezinnen nog niet.[http://www.npogeschiedenis.nl/andere-tijden/afleveringen/2009-2010/De-broekriem-aan-het-huishoudboekje.html Andere tijden, npogeschiedenis.nl]
  • Het klimaatdoel van 2030 is vrijwel buiten bereik, stelt het PBL. 'Onze koelkasten worden zuiniger, maar we gaan meer vliegen en internetten'.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/09/16/politiek-moet-zich-richten-op-grote-klappers-van-energietransitie-wind-op-zee-en-elektrificeren-industrie-zegt-pbl-a4906315 www.nrc.nl (16 sep 2025)]

Betekenis en uitleg van koelkast

Een koelkast is een huishoudelijk apparaat dat voedsel en dranken koel houdt. Het werkt door warmte uit de binnenkant te onttrekken, waardoor de temperatuur daalt en bederf wordt vertraagd.

Je gebruikt het woord 'koelkast' vaak in de context van het huishouden, bijvoorbeeld bij het inrichten van je keuken of het doen van boodschappen. Het is een essentieel apparaat voor het bewaren van bederfelijke waar, en je zult het regelmatig tegenkomen in gesprekken over koken of voedselopslag. De nuance kan ook liggen in de verschillen tussen soorten koelkasten, zoals een combi-koelkast of een diepvries.

Voorbeelden

  • Na het doen van boodschappen stopte ik alles snel in de koelkast om te voorkomen dat het bedorven zou raken.
  • In de zomer is het extra fijn om een koude drank uit de koelkast te kunnen pakken.
  • Ze moest de koelkast ontdooien omdat er teveel ijsvorming was ontstaan.

Woordoorsprong

Het woord 'koelkast' is samengesteld uit 'koel', wat verwijst naar een lage temperatuur, en 'kast', een term voor een meubelstuk of apparaat waarin spullen worden opgeborgen.

Veelgestelde vragen over koelkast

Wat is de betekenis van koelkast?

koelkast betekent: (elektronica) (huishouden) een huishoudelijk apparaat voorzien van een koelinstallatie, waarin men consumptiemiddelen kan plaatsen die koel moeten blijven

Welk woordgeslacht heeft koelkast?

koelkast is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je koelkast in een zin?

Voorbeeld: “De meeste leveranciers kwamen aan huis: groenteman, slager en bakker. Dat was wel nodig, want een koelkast bezaten de meeste gezinnen nog niet.[http://www.npogeschiedenis.nl/andere-tijden/afleveringen/2009-2010/De-broekriem-aan-het-huishoudboekje.html Andere tijden, npogeschiedenis.nl]

Etymologie

* In de betekenis van ‘kast waarin etenswaar koel gehouden wordt’ voor het eerst aangetroffen in 1938

Vertalingen

Engelsrefrigerator, fridge
Fransréfrigérateur
DuitsKühlschrank
Spaansfrigorífico, nevera
Italiaansfrigorifero
Portugeesfrigorífico, geladeira
Turksbuzdolabı, soğutucu, frijider
Deenskøleskab