koelkast

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elektronica, huishouden (elektronica) (huishouden) een huishoudelijk apparaat voorzien van een koelinstallatie, waarin men consumptiemiddelen kan plaatsen die koel moeten blijven
    De meeste leveranciers kwamen aan huis: groenteman, slager en bakker. Dat was wel nodig, want een koelkast bezaten de meeste gezinnen nog niet.[http://www.npogeschiedenis.nl/andere-tijden/afleveringen/2009-2010/De-broekriem-aan-het-huishoudboekje.html Andere tijden, npogeschiedenis.nl]
    Het klimaatdoel van 2030 is vrijwel buiten bereik, stelt het PBL. 'Onze koelkasten worden zuiniger, maar we gaan meer vliegen en internetten'.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/09/16/politiek-moet-zich-richten-op-grote-klappers-van-energietransitie-wind-op-zee-en-elektrificeren-industrie-zegt-pbl-a4906315 www.nrc.nl (16 sep 2025)]

Etymologie

* In de betekenis van ‘kast waarin etenswaar koel gehouden wordt’ voor het eerst aangetroffen in 1938

Vertalingen

Engelsrefrigerator, fridge
Fransréfrigérateur
DuitsKühlschrank
Spaansfrigorífico, nevera
Italiaansfrigorifero
Portugeesfrigorífico, geladeira
Turksbuzdolabı, soğutucu, frijider
Deenskøleskab