koeltje

onzijdig (het)/ˈkulcə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. lichte wind die bij warmte wat verkoeling brengt
    En de zon laaide over de hoofden; de stoet, beschut door twee rijen eiken en beuken waarin een fris koeltje kwam spelen met de blaren, kronkelde langzaam en plechtig met de steenweg voort.

Etymologie

*afgeleid van koel