koeltje
onzijdig (het)/ˈkulcə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lichte wind die bij warmte wat verkoeling brengtEn de zon laaide over de hoofden; de stoet, beschut door twee rijen eiken en beuken waarin een fris koeltje kwam spelen met de blaren, kronkelde langzaam en plechtig met de steenweg voort.
Etymologie
*afgeleid van koel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek