koersdag
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dag waarop een wielerwedstrijd wordt verredenBarry Markus, ook van Vacansoleil, kneep op de tiende koersdag na veertig kilometer vrijwillig in de remmen. De 22-jarige sprinter debuteerde in een grote ronde, maar kon geen rol van betekenis spelen."Hier heb ik vijf jaar op gewacht", zei de Belg, die vanwege een knie-operatie pas zijn achttiende koersdag van het seizoen beleefde." Ik dacht: als ze terugkomen, komen ze terug, maar ik wilde achteraf geen spijt hebben. Het zag er misschien niet uit, maar het ging wel hard."
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek