kokkelen

/ˈkɔkələ(n)/

Wat is de betekenis van kokkelen?

kokkelen betekent: (inerg) een geluid voortbrengen zoals dat van een hoen

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) een geluid voortbrengen zoals dat van een hoen
  2. inerg (inerg) door houding en aanrakingen innige genegenheid laten blijken
  3. inerg (inerg) bepaalde eetbare schelpdieren verzamelen

Voorbeelden van "kokkelen" in een zin

  • {{ouds
  • Het knuffeltje is heerlijk zacht, maar voor ons niet praktisch om het aan de tut vast te maken. Meneertje grijpgraag trekt zo de tut uit z’n mond en krijgt hem er niet terug in. Het knuffeltje is wel heerlijk om te kokkelen en mee te spelen zonder dat ie aan de tut vast zit.
  • Feitelijk hoort hij nu samen met Taag te kokkelen en niet zinloos boven op de dijk te staan turen, maar Taag, na een heftige woordenwisseling met zijn vader (…), zie: "Neem vandaag maar vrijaf."

Etymologie

*[3] afgeleid van "kokkel"