kol

vrouwelijk (de)/kɔl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een vrouw die magie bedrijft
    Wat moet je met die ouwe kol?
zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) een heuvel in de wielersport
  2. dierkunde (dierkunde) een ronde witte plek op het voorhoofd, bijvoorbeeld tussen de beide ogen van het paard
  3. het voorhoofd zelf
  4. visserij (visserij) een groot sleepnet
  5. plantkunde (plantkunde) plantenkop, beste hennep
zelfstandig naamwoord
  1. stem, geluid
zelfstandig naamwoord
  1. geheel (alleen in onderstaande verbinding)

Etymologie

*[D]: van (kol) "geheel"