kol
vrouwelijk (de)/kɔl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een vrouw die magie bedrijftWat moet je met die ouwe kol?
zelfstandig naamwoord
- (sport) een heuvel in de wielersport
- (dierkunde) een ronde witte plek op het voorhoofd, bijvoorbeeld tussen de beide ogen van het paard
- het voorhoofd zelf
- (visserij) een groot sleepnet
- (plantkunde) plantenkop, beste hennep
zelfstandig naamwoord
- stem, geluid
zelfstandig naamwoord
- geheel (alleen in onderstaande verbinding)
Etymologie
*[D]: van (kol) "geheel"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek