kolken
/ˈkɔlkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) met een draaiiende beweging stijgen of dalenEr was al een gat in de dijk gekolkt.
- (inerg) overdrachtelijk emotioneel heftig in beweging zijnIk kolkte innerlijk van woede maar wist me gelukkig te beheersen.
- tweede betekenisomschrijvingZin met het kolken in de tweede betekenis erin.
- enz.
Etymologie
*hier komt de etymologie van het woord-->
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek