kolos
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets heel groots
Etymologie
*van Latijn "Colossus", de Kolossus van Rhodos, een van zeven klassieke wereldwonderen; in de betekenis van ‘lichaam of zaak van grote afmetingen’ voor het eerst aangetroffen in 1597
Vertalingen
Engelscolossus
Franscolosse
DuitsKoloß
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek