kooksel

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets wat door koken is gemaakt
    De Londense Italiaan Antonio Carluccio, auteur van vele kookboeken, laat de presentatie van zijn gerechten niet meer aan stilisten over. Hij ziet er zelf op toe dat de foto's een getrouw beeld geven van zijn kooksels. NRC Joep Habets 19 december 1998 [https://www.nrc.nl/nieuws/1998/12/19/de-fotokokerij-7427969-a851956 De fotokokerij]
    Die brijpot, door menigeen beschouwd als een raadselachtig attribuut, verwijst naar het gortachtige kooksel dat in het verre verleden dagelijks voedsel vormde voor veel Jordaan-bewoners. Zo lang er nog iets te eten viel, was het feest. NRC Henk van Gelder 17 november 2000 [https://www.nrc.nl/nieuws/2000/11/17/mijn-zang-mijn-lach-mijn-zucht-7518810-a81257 Mijn zang, mijn lach, mijn zucht]

Etymologie

* van koken

Vertalingen

Engelsboiling, cooking