koorgezang
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- zang door een groep zangers voortgebrachtOp 11 april 1888 werd de kunsttempel in gebruik genomen met aan het begin van het programma een fragment uit de opera Tannhauser van Richard Wagner: het koorgezang over de intocht van de gasten op de Wartburg, dat door 505 zangeressen en zangers en door 120 orkestleden ten gehore werd gebracht.Men hoorde de heldere stem van Breydel, die riep: "Ja, ja, zo zoeke de zon van morgen vruchteloos naar het slot Male!" De wraak nu voltrokken zijnde, kwamen de beenhouwers weder bij elkander, en verlieten Male bij een juichend koorgezang - zij zongen het lied van de zwarte Leeuw.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek