koorleidster

vrouwelijk (de)/ˈkorlɛitstər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) vrouwelijke dirigent van een groep mensen die samen zingen
    Mavis herkende ik direct aan haar rijzige gestalte en welluidende alt. Ze had naam gemaakt als koorleidster en we kenden elkaar al jaren, ik had de week ervoor nog een concert van haar gezelschap bijgewoond.
  2. toneel (toneel) voornaamste woordvoerster binnen de groep spelers die in een klassiek drama vooral commentaar uitspreken op de gebeurtenissen in het stuk
    Het koor verhaalt weer opnieuw de wonderbaarlijke geboorte van de god en waarschuwt wederom voor Pentheus' hybris. Na dit koor is Dionysus al weer vrij en tesamen met de koorleidster en de Bacchanten.

Etymologie

*van "koorleider" of