kootje

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) benig lid van het geraamte van vingers en tenen voorbij de middenhands- of middenvoetsbeenderen van een gewervelde

Etymologie

*; Verkleinwoord uit koot.

Vertalingen

Engelsphalanx, phalange
Fransphalange
DuitsPhalanx
Spaansfalange
Italiaansfalange
Poolspaliczek