kop

mannelijk (de)/kɔp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. lichaamsdeel van dieren dat homoloog is aan het hoofd [1] van mensen
    De beer stak zijn kop in de honingpot.
  2. anatomie, informeel, dysfemisme (anatomie), (informeel), (dysfemisme) hoofd van een mens
    Hou je kop toch eens dicht!
  3. metonymisch, informeel (metonymisch), (informeel) persoon (als pars pro toto)
    „Ik heb inmiddels heel wat verlopen koppies zien binnenkomen”, aldus De Boer woensdagmiddag rond vier uur. Tubantia Wim Goorhuis 16-05-19 [https://www.tubantia.nl/almelo-e-o/hel-van-twente-met-de-wind-vol-op-de-kop~aa8bb82c/ Hel van Twente met 'de wind vol op de kop']
  4. een groep bloemen die aan één steel zitten
    Bij de supermarkt kochten we een hortensia met 6 koppen
  5. gereedschap (gereedschap) deel van een spijker, het platte ronde deel waarop men klopt met de hamer
  6. de voorkant of bovenkant van van iets
    de kop van een lucifer, van een zeilschip
  7. huishouden (huishouden) voorwerp met een oor om uit te drinken
    Een kop koffie drinken
    Ze bladerde verder totdat ze op een dubbele pagina met tekeningen van haar broer stuitte: Isaac hakt hout, Isaac met een kop koffie.
    Overal ter wereld was de lokale bevolking gastvrij en verwelkomde vermoeide lopers met een warme kop thee of een bed voor de nacht.
  8. typografie (typografie) opschrift boven een bericht
  9. numismatiek (numismatiek) de zijde van een geldstuk met de afbeelding van een menselijk hoofd
zelfstandig naamwoord
  1. bakje om te drinken
  2. bouwkunde (bouwkunde) de korte kant van een baksteen.

Etymologie

*[B] van Latijn cuppa, in de betekenis van ‘drinkgerei’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Uitdrukkingen

  • houten kop
  • de spijker op de kop slaan
  • [1] Als een kip zonder kopZonder beraad, onbesuisd
  • [2] De koppen bij elkaar stekenGezamenlijk in overleg gaan
  • [2] De kop in de wind gooienKoppig, balsturig en/of onwillig reageren
  • [2] De kous op de kop krijgen/Met de kous op de kop thuiskomenNiet datgene krijgen waar men op had gehoopt en/of teleurgesteld worden
  • [2] Een bord voor de kop hebbenNiet ontvankelijk zijn voor / niet openstaan voor kritiek; onbeschaamd zijn eigen gang gaan; slecht van begrip zijn
  • [2]Hou je kop! / Kop dicht!(dysfemisme) Wees stil, zeg niets meer

Vertalingen

Engelshead, head, heads
Franstête, tête, face
DuitsKopf, Kopf, Haupt
Spaanscabeza, cabeza, cara
Italiaanstesta, testa, testa
Zweedshuvud, huvud, krona