korenmaat

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkorΙ™(n)mat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. korenschoof
  2. officiΓ«le maat voor een hoeveelheid graan

Uitdrukkingen

  • je licht niet onder de korenmaat plaatsen β€” je moet laten zien wat je goed en belangrijk vindt en dat ten dienste van je omgeving stellen

Vertalingen

Engelsbushel, corn measure