krabbelaar
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die krabbelt
- (wintersport) beginnend schaatser
- (scheepvaart) zeilschip met platte bodem dat gebruikt werd om zeehavens op diepte te houden of zandbanken en andere ondiepten in vaarwegen te verwijderen
Etymologie
* van krabbelen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek