krabbelen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) de huid met de nagels bewerkenDe hond vond het heerlijk wat achter de oren gekrabbeld te worden.
- (refl) de eigen huid met de nagels bewerkenHij krabbelde zich achter de oren en zei: "Tja, dat is nou ook wat!"
- zonder veel aandacht schrijven of tekenenIk krabbel je nog gauw dit kaartje.
- handen of benen onbeholpen bewegenTelkens als hij viel, krabbelde hij weer overeind.
Etymologie
*(freqtt) krabben
Vertalingen
Spaansgarabatear
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek