krabbelen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) de huid met de nagels bewerken
    De hond vond het heerlijk wat achter de oren gekrabbeld te worden.
  2. refl (refl) de eigen huid met de nagels bewerken
    Hij krabbelde zich achter de oren en zei: "Tja, dat is nou ook wat!"
  3. zonder veel aandacht schrijven of tekenen
    Ik krabbel je nog gauw dit kaartje.
  4. handen of benen onbeholpen bewegen
    Telkens als hij viel, krabbelde hij weer overeind.

Etymologie

*(freqtt) krabben

Vertalingen

Spaansgarabatear