kribbebijter

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) een ezel of paard met de ondeugd om aan de voerbak of staldeur te knagen
    Geef het paard geen suikerklontjes, anders wordt het een kribbebijter.
  2. psychologie (psychologie) een chagrijnig persoon die met iedereen overhoop ligt
    Is er nu alweer heibel met die vent, wat is het toch een kribbebijter.

Etymologie

* van kribbebijten

Vertalingen

Engelscribe-biter, grumbler
Fransâne tiqueur, cheval tiqueur, querelleur
DuitsKrippenbeißer