kringloopwinkel

mannelijk (de)/ˈkrɪŋlopˌwɪŋkəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handel, economie (handel) (economie) winkel die geen geld betaalt voor de inkoop en een geringe vergoeding vraagt bij de verkoop van goederen
    In een tweedehandswinkel wordt geld betaald aan degene die goederen inbrengt ter verkoop, dat is bij een kringloopwinkel niet het geval.
    Een kringloopwinkel heeft meestal een idealistische grondslag zowel wat betreft de armoedebestrijding als wat betreft de milieubescherming. Tevens worden ze vaak gebruikt als werkverschaffingsproject.
    Ik loop langs de kringloopwinkel, waar ze niet meer door de bakken graast op zoek naar koopjes.

Etymologie

* , aangetroffen vanaf 1979 (zie vindplaats hieronder)