kroos

onzijdig (het)/kros/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde (plantkunde) een geslacht van vrij op het water drijvende waterplanten uit de familie of, tegenwoordig,
  2. inkeping in een duig
  3. klokhuis
  4. pruim
  5. rente

Etymologie

* In de betekenis van ‘waterplantje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1484

Vertalingen

Spaanslenteja de agua