kroost
onzijdig (het)/krost/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- nageslacht, jongen, broedselDe moedereend zwom voorop gevolgd door haar kroost.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kinderen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1639
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek